Keurvak

Geld en financiering

Levensloopbestendig wonen: kosten, Wmo en blijverslening

Redactie KeurvakBijgewerkt op 20 minuten lezen

Levensloopbestendig wonen betekent dat je slapen, wassen, koken en het toilet kunt bereiken zonder trap of drempel. Kleine aanpassingen kosten een paar honderd euro, een inloopdouche € 4.500 tot € 9.000 en een slaapkamer met badkamer beneden al snel € 15.000 of meer. Voor noodzakelijke aanpassingen kun je bij de gemeente een Wmo woningaanpassing aanvragen.

Wat is levensloopbestendig wonen?

Levensloopbestendig wonen betekent dat je in je huis kunt blijven wonen als je minder mobiel wordt. Alle dagelijkse functies, dus woonkamer, slaapkamer, badkamer, toilet en keuken, liggen op één verdieping of zijn zonder trap bereikbaar. Daarnaast zijn er geen drempels en zijn deuren en gangen breed genoeg voor een rollator of rolstoel.

Een levensloopbestendige woning is geen woning voor ouderen alleen. Na een heupoperatie of met een kinderwagen is een huis zonder drempels en met een badkamer beneden net zo handig. Toch zijn het vooral mensen boven de 55 die er bewust mee bezig zijn, vaak bij een verbouwing die toch al gepland stond.

Er is geen wettelijke definitie van levensloopbestendig. Makelaars gebruiken het woord ruim, en een bungalow met een opstapje bij elke deur heet in een advertentie al snel levensloopbestendig. Kijk dus naar de praktijk: kun je met een rollator van de voordeur naar je bed en naar de douche, zonder trap of drempel?

Wanneer is een woning echt levensloopbestendig?

Een woning is echt levensloopbestendig als je zonder hulp en zonder hoogteverschil alle ruimten kunt bereiken die je elke dag nodig hebt, en als die ruimten groot genoeg zijn om je met een hulpmiddel te bewegen. Een handig ijkpunt zijn de maten die de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) hanteert voor een woning die geschikt is voor een bewoner met rolstoel. Die zijn streng, maar ze laten zien waar je naartoe werkt.

In de tabel staan die maten naast wat in een bestaande woning meestal haalbaar is.

Onderdeel Maat voor rolstoelgeschikt (RVO, 2026) Haalbaar en vaak voldoende in een bestaande woning
Doorgang naar kamers, toilet en badkamer vrije breedte 0,90 m 0,80 tot 0,85 m voor een rollator
Doorgang met een deur vrije breedte 0,88 m minstens 0,80 m vrij, liefst 0,85 m
Badkamer met toilet lengte of breedte minstens 2,2 m circa 1,8 x 2,2 m
Vrije ruimte in de badkamer 1,5 x 1,5 m 1,2 x 1,2 m voor een rollator
Vrije ruimte naast het toilet 1,2 x 1,2 m aan één kant 0,8 m vrij
Drempels en hoogteverschillen geen, behalve afschot in de douche maximaal 2 cm, liefst niets
Toilet en badkamer samen in één ruimte op de woonverdieping op dezelfde verdieping als de slaapkamer

Je hoeft niet aan alle rolstoelmaten te voldoen om prettig oud te worden in je huis. Maar wie toch verbouwt, kiest beter meteen de ruimere maat. Een deur die nu 5 cm breder wordt, kost bij een verbouwing bijna niets extra. Later is het een losse klus met sloop- en stucwerk.

Welke aanpassingen maken je woning levensloopbestendig en wat kosten ze?

De meeste woningen worden levensloopbestendig met een handvol aanpassingen: drempels weg, beugels bij toilet en douche, een inloopdouche en een oplossing voor de trap. De kosten lopen uiteen van een paar honderd euro voor kleine aanpassingen tot tienduizenden euro's voor een slaapkamer met badkamer beneden. Het verschil zit vooral in de trap. Kun je beneden slapen of niet?

De tabel geeft indicaties inclusief btw, op basis van openbare prijsopgaven van leveranciers en aannemers, peildatum oktober 2026. Materiaalkeuze en de staat van je woning bepalen waar je in de bandbreedte uitkomt.

Aanpassing Indicatie incl. btw Wat erin zit
Drempel verwijderen en vloer aansluiten € 75 tot € 250 per deur verwijderen, vloer egaliseren of overgangsprofiel
Wandbeugels bij toilet en douche € 75 tot € 250 per stuk beugel, bevestiging in een dragende wand of met versterking
Tweede trapleuning € 250 tot € 700 leuning en montage
Toilet op comforthoogte (hangend) € 400 tot € 1.500 pot, aanpassing reservoir en tegelwerk, bij bestaand inbouwreservoir aan de onderkant
Bad eruit, inloopdouche erin € 4.500 tot € 9.000 sloop, afvoer, afschot, waterdichting, tegels, glaswand, kraan
Deur verbreden in een niet-dragende wand € 800 tot € 2.000 nieuw kozijn en deur, sloop, stucwerk
Deur verbreden in een dragende wand € 2.000 tot € 4.500 als hierboven, plus constructieberekening en latei
Traplift rechte trap € 3.500 tot € 6.500 lift, rail en montage
Traplift bochtige trap € 7.000 tot € 13.000 maatwerk rail en montage
Slaapkamer maken in een bestaande ruimte beneden € 3.000 tot € 9.000 wand, deur, elektra, afwerking
Badkamer bijbouwen in een bestaande ruimte beneden € 14.000 tot € 28.000 leidingwerk, afvoer, ventilatie, complete badkamer
Aanbouw van 15 m² voor slaapkamer en badkamer circa € 45.000 tot € 72.000 aanbouw afgewerkt plus badkamer van € 9.000 tot € 18.000
Verlichting met bewegingssensor en extra stopcontacten € 300 tot € 1.200 elektra en armaturen

Een complete badkamer vernieuwen kost op zichzelf € 9.000 tot € 18.000; meer daarover op de pagina over de kosten van een badkamer. De meerkosten om die badkamer meteen levensloopbestendig te maken, met een drempelloze douche en een bredere deur, liggen vaak maar tussen € 1.000 en € 3.000.

Badkamer levensloopbestendig maken: waar let je op?

Een levensloopbestendige badkamer heeft een drempelloze douche, een toilet op comforthoogte, stevige beugels en genoeg ruimte om je met een rollator te draaien. Dat zijn geen dure onderdelen. Het gaat vooral om keuzes bij de indeling en om voorbereiding in de wanden.

Waar het in de praktijk om draait:

  • Inloopdouche zonder drempel. De douchevloer loopt met afschot naar een goot of putje, zonder opstaande rand. Een vaste glaswand kan, maar laat aan de instapkant genoeg ruimte. De kosten en de eisen staan uitgebreid in inloopdouche kosten.
  • Antislip tegels. Kies voor de douchevloer een tegel met een stroeve afwerking en meer voegen; kleine tegels zijn stroever dan grote.
  • Toilet op hoogte. Een standaardtoilet heeft een zithoogte van rond de 40 tot 42 cm, een comfortmodel van 45 tot 48 cm. Bij een hangtoilet bepaal je de hoogte zelf. Meer over toiletten lees je in toilet renoveren.
  • Versterking in de wand. Laat achter de tegels multiplex of een montageplaat aanbrengen op de plekken waar later beugels of een douchezitje kunnen komen. Achteraf in een holle wand bevestigen is onbetrouwbaar.
  • Een deur die naar buiten draait of schuift. Valt iemand in een kleine badkamer tegen de deur, dan krijg je een naar binnen draaiende deur niet meer open.
  • Thermostaatkraan. Die voorkomt verbranding en is bij ouderen met minder gevoel in de huid geen luxe.

Slaapkamer en badkamer beneden of een traplift: wat past bij jouw woning?

Een traplift is de snelste en goedkoopste manier om een verdieping bereikbaar te houden, terwijl een slaapkamer met badkamer beneden de trap helemaal overbodig maakt. Welke oplossing past, hangt vooral af van de ruimte die je beneden hebt en van je gezondheid. Vaak is het een kwestie van eerst het een en later het ander.

In de tabel zie je de opties naast elkaar.

Oplossing Indicatie incl. btw Doorlooptijd Voordelen Nadelen
Traplift rechte trap € 3.500 tot € 6.500 enkele dagen tot weken snel, geen verbouwing je moet nog over- en uitstappen, trap wordt smaller
Traplift bochtige trap € 7.000 tot € 13.000 4 tot 8 weken maatwerk werkt bij vrijwel elke trap duur, weinig restwaarde
Slaapkamer beneden in bestaande ruimte € 3.000 tot € 9.000 1 tot 3 weken goedkoop als er een kamer over is woonkamer of eetkamer wordt kleiner
Badkamer beneden in bestaande ruimte € 14.000 tot € 28.000 3 tot 6 weken trap is niet meer nodig afvoer en ventilatie bepalen of het kan
Aanbouw met slaapkamer en badkamer circa € 45.000 tot € 72.000 3 tot 6 maanden volwaardige oplossing, waarde voor de woning duur, soms vergunning nodig
Verhuizen naar een gelijkvloerse woning verhuis- en overdrachtskosten maanden alles in één keer goed je verlaat je buurt en je huis

De eerlijke afweging: een traplift lost de trap op, maar niet een badkamer die te klein is of een slaapkamer met een drempel. Wie al moeite heeft met staan of draaien, heeft meer aan alles beneden. En wie verwacht over vijf jaar intensieve zorg nodig te hebben, kan met een aanbouw voor een mantelzorger of een kangoeroewoning verder kijken dan alleen de eigen beperking. Over een losse woonunit in de tuin lees je meer in mantelzorgwoning.

Verhuizen klinkt als opgeven, maar is soms de verstandigste keuze. Een rijtjeshuis met een steile trap en een badkamer van 4 m² op de verdieping wordt zelden goed levensloopbestendig zonder een investering die je bij verkoop niet terugziet.

In welke volgorde pak je het levensloopbestendig wonen aan?

Pak levensloopbestendig wonen aan in de volgorde van valrisico en van wat later het lastigst is. Begin bij de dingen die nu het vaakst tot een val leiden, zoals drempels en een gladde douchevloer. Plan daarna de grote ingrepen in de badkamer en rond de trap, liefst samen met onderhoud dat toch al nodig was.

  1. Laat een ergotherapeut of de Wmo-consulent meekijken als er al sprake is van een beperking. Die ziet risico's die jij over het hoofd ziet en weet wat de gemeente vergoedt.
  2. Haal drempels en struikelpunten weg en zorg voor goede verlichting op de route naar het toilet, ook 's nachts.
  3. Maak de badkamer veilig met beugels en een antislipvloer. Staat er een renovatie op de planning, neem dan meteen de inloopdouche mee.
  4. Kies een oplossing voor de trap, van een tweede leuning tot slapen beneden.
  5. Maak de route vanaf de voordeur toegankelijk, met een hellingbaan of verhoogde stoep als er een opstap is.
  6. Verbreed deuren en pas de keuken aan als een rolstoel in beeld komt.

Stap 1 is geen formaliteit. Wie zonder melding bij de gemeente begint aan een aanpassing die de Wmo zou vergoeden, loopt grote kans dat de gemeente achteraf niets betaalt.

Wmo woningaanpassing: wat vergoedt de gemeente?

Een Wmo woningaanpassing is een aanpassing aan je woning die de gemeente vergoedt of uitvoert omdat je door een beperking niet meer zelfstandig kunt wonen. De gemeente kijkt naar wat je nodig hebt, niet naar wat je zou willen. Ze kiest daarbij in de regel de goedkoopste oplossing die voldoende werkt.

Onder de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) heet zo'n aanpassing een maatwerkvoorziening. Gemeenten werken met een eigen verordening. De regels verschillen dus per gemeente. Een paar uitgangspunten kom je bijna overal tegen:

  • Algemeen gebruikelijk wordt niet vergoed. Wat iedereen in een woning kan hebben, zoals een douchekop op een glijstang, een thermostaatkraan of soms een losse douchestoel, rekent de gemeente vaak tot je eigen verantwoordelijkheid.
  • Voorzienbare kosten worden vaak niet vergoed. Verbouw je je badkamer omdat hij aan vervanging toe is, dan betaalt de gemeente meestal niet de hele badkamer, hooguit de meerkosten van de aanpassing.
  • De goedkoopste adequate oplossing. Is een traplift goedkoper dan een badkamer beneden en lost hij je probleem op, dan krijg je de traplift.
  • Verhuizen kan het alternatief zijn. Bij grote en dure aanpassingen bieden veel gemeenten een verhuiskostenvergoeding aan als een andere woning beter past.
  • Hulpmiddelen in bruikleen. Een traplift krijg je vaak in bruikleen van de gemeente, in plaats van een vergoeding om er zelf een te kopen.

Wat de gemeente vaak wel vergoedt: een traplift, het verwijderen van drempels, een douche zonder drempel in plaats van een bad, beugels, een verhoogd toilet en bij een rolstoel een verbreding van deuren of een hellingbaan. Wat bijna nooit wordt vergoed: aanpassingen die je doet omdat je ouder wordt en het verstandig vindt, zonder dat er al een beperking is.

Wmo woningaanpassing aanvragen: zo werkt het

Een Wmo woningaanpassing aanvragen begint met een melding bij je gemeente, telefonisch of online. Daarna volgt een gesprek over je situatie, en pas daarna dien je de eigenlijke aanvraag in. De wet geeft de gemeente vaste termijnen.

  1. Doe een melding bij het Wmo-loket of sociaal team van je gemeente. Vertel waar je in huis tegenaan loopt.
  2. Het onderzoek. De gemeente moet binnen 6 weken na je melding onderzoeken wat je nodig hebt (artikel 2.3.2 Wmo 2015). Dat gebeurt meestal in een gesprek bij je thuis, het zogeheten keukentafelgesprek. Je mag iemand meenemen, bijvoorbeeld een mantelzorger of een onafhankelijk cliëntondersteuner.
  3. Het verslag. Je krijgt een verslag van het gesprek. Lees het goed en laat fouten corrigeren voordat je verdergaat.
  4. De aanvraag. Op basis van het onderzoek dien je een aanvraag in. De gemeente beslist binnen 2 weken na ontvangst (artikel 2.3.5 Wmo 2015).
  5. De beschikking. In het besluit staat wat je krijgt: de aanpassing in natura, een vergoeding, of een persoonsgebonden budget (pgb) waarmee je zelf een bedrijf kiest.
  6. Uitvoering. Bij een aanpassing in natura regelt de gemeente het bedrijf. Bij een pgb vraag je zelf offertes en verantwoord je de uitgaven.
  7. Bezwaar. Ben je het niet eens met het besluit, dan kun je binnen 6 weken bezwaar maken.

Een pgb geeft je meer keuze, bijvoorbeeld als je de aanpassing wilt combineren met een grotere verbouwing. De gemeente mag een pgb weigeren als het duurder uitvalt dan de oplossing die zij zelf zou leveren. Bij een combinatie betaal je het deel dat niet onder de Wmo valt zelf.

Eigen bijdrage Wmo bij een woning aanpassen voor ouderen

Voor een Wmo woningaanpassing betaal je in 2026 een eigen bijdrage via het abonnementstarief van maximaal € 21,80 per maand, ongeacht je inkomen of de hoogte van de kosten. Dat bedrag geldt per huishouden. Het dekt al je Wmo-ondersteuning samen. Gemeenten mogen een lagere bijdrage vaststellen, bijvoorbeeld voor huishoudens met een minimuminkomen.

De totale eigen bijdrage voor een aanpassing is nooit hoger dan de kostprijs ervan. Hoe lang je betaalt, legt je gemeente vast in haar verordening. Voor een goedkope aanpassing is de bijdrage dus snel voldaan, voor een traplift of grotere verbouwing betaal je langer.

Het kabinet wil de eigen bijdrage per 1 januari 2027 aanpassen, zodat inkomen en vermogen weer zwaarder meewegen. Dat is in oktober 2026 nog een plan: de Tweede en Eerste Kamer moeten er nog mee instemmen. Heb je een hoger inkomen of veel vermogen en twijfel je over het moment van aanvragen, vraag dan bij je gemeente of het CAK na wat er voor jou verandert.

De blijverslening van SVn: voor wie en wat kost hij?

De blijverslening is een lening van SVn (Stimuleringsfonds Volkshuisvesting) waarmee je je woning aanpast om er langer te kunnen blijven wonen. Je kunt hem alleen krijgen als je gemeente of provincie meedoet en jou een toewijzing geeft. De gemeente bepaalt welke maatregelen in aanmerking komen en hoeveel je maximaal kunt lenen.

Er zijn twee varianten. De persoonlijke blijverslening is een gewone lening zonder onderpand en is er ook voor huurders. De hypothecaire blijverslening wordt op je woning ingeschreven, met een notaris, en is bedoeld voor grotere bedragen.

Onderdeel Persoonlijke blijverslening Hypothecaire blijverslening
Voor wie eigenaren en huurders, een van de aanvragers jonger dan 76 eigenaar-bewoners
Bedrag € 2.500 tot € 10.000 vanaf € 2.500, maximaal € 50.000
Looptijd 10 jaar 10 jaar tot en met € 10.000, 20 jaar daarboven
Rente volgens SVn (oktober 2026) 2,30% vast 1,00% (10 jaar) of 1,70% (20 jaar) vast
Aflossing annuïtair, vaste maandlast annuïtair, vaste maandlast
Kosten geen afsluitkosten afsluitkosten, notaris en mogelijk taxatie
Toets krediettoets op inkomen en situatie krediettoets op inkomen en woningwaarde
Uitbetaling via een bouwdepot via een bouwdepot

De gemeente stelt het maximum vast, dus het bedrag in jouw gemeente kan lager liggen dan in de tabel. Extra aflossen kan zonder boete. De rente is volgens SVn in veel gevallen fiscaal aftrekbaar; vraag bij de Belastingdienst na of dat in jouw situatie geldt.

Een rekenvoorbeeld: een hypothecaire blijverslening van € 20.000 tegen 1,70% over 20 jaar kost ongeveer € 98 per maand. Een persoonlijke blijverslening van € 10.000 tegen 2,30% over 10 jaar kost ongeveer € 93 per maand. Dat is aanzienlijk goedkoper dan een gewone persoonlijke lening.

Belangrijk: maatregelen die al zijn uitgevoerd, komen niet in aanmerking. Je vraagt eerst de toewijzing bij de gemeente aan, daarna de lening bij SVn, en pas dan begint het werk. Vraag bij je gemeente ook of de blijverslening te combineren is met een Wmo-aanpassing; vaak financier je met de lening het deel dat de Wmo niet vergoedt.

Verzilverlening en andere manieren om levensloopbestendig wonen te betalen

Heb je een afbetaald of bijna afbetaald huis en weinig ruimte in je maandbudget, dan is de Verzilverlening van SVn een optie. Daarmee leen je tegen de overwaarde van je woning, zonder maandlasten. De rente wordt elk jaar bij de schuld opgeteld en pas afgelost bij verkoop of overlijden.

De voorwaarden volgens de productinformatie van SVn van oktober 2026: je bent minstens 10 jaar voor de verwachte AOW-leeftijd, wat nu neerkomt op ongeveer 58 jaar. Je leent minimaal € 2.500, het maximum bepaalt de gemeente. De rente staat 40 jaar vast en was in oktober 2026 1,70%. Er moet voldoende overwaarde zijn, en ook hier heb je een toewijzing van de gemeente nodig. De rente is normaal gesproken niet aftrekbaar.

Een oplopende schuld heeft gevolgen voor je erfgenamen en kan herfinanciering of een latere verhuizing lastiger maken. SVn verstrekt de Verzilverlening zonder advies. Laat je daarom vooraf adviseren door een onafhankelijk hypotheekadviseur, en betrek je kinderen bij de beslissing als je dat wilt.

Andere manieren om het te betalen:

  • Eigen geld. Voor kleine aanpassingen tot een paar duizend euro meestal het eenvoudigst.
  • Hypotheek verhogen met een depot. Bij een grote verbouwing, zoals een aanbouw met badkamer, past een verhoging met een bouwdepot vaak beter dan een losse lening.
  • Combineren met verduurzamen. Ga je toch verbouwen, neem dan ook isolatie mee. Die kun je met een warmtefonds lening financieren, bij een huishoudinkomen onder € 60.000 tegen 0% rente.

Heb je een vergunning nodig om je woning levensloopbestendig te maken?

Voor de meeste aanpassingen om levensloopbestendig te wonen heb je geen vergunning nodig. Drempels weghalen, een inloopdouche, een traplift of een slaapkamer in een bestaande kamer beneden zijn inpandige veranderingen. Die zijn in de regel vergunningvrij, zolang je niet aan de draagconstructie komt.

Een vergunning kan wel nodig zijn als je een deur verbreedt in een dragende muur of een aanbouw plaatst voor een slaapkamer met badkamer. In een monument gelden daarnaast eigen regels. Een aanbouw aan de achterkant is vaak vergunningvrij binnen bepaalde maten, maar dat hangt af van je perceel en het omgevingsplan. Check het vooraf met de vergunningcheck. Woon je in een appartement, dan heb je voor ingrepen in gemeenschappelijke delen ook toestemming van de VvE nodig.

Checklist voor je je woning aanpast voor ouderen

Een woning aanpassen voor ouderen gaat het best als je eerst de route en de financiering regelt, en pas daarna een aannemer belt. Zo voorkom je dat je een vergoeding misloopt of een aanpassing doet die over twee jaar alweer te klein is. Loop deze punten langs.

  • Is er nu al een beperking, en heb je dan eerst een melding gedaan bij het Wmo-loket?
  • Heb je een ergotherapeut of Wmo-consulent laten meekijken naar de echte knelpunten?
  • Weet je of je gemeente meedoet aan de blijverslening of de Verzilverlening?
  • Ben je pas begonnen nadat de gemeente of SVn heeft beslist?
  • Is de nieuwe badkamer zo ingedeeld dat er later een rollator of rolstoel in past?
  • Zijn de wanden rond toilet en douche versterkt voor beugels?
  • Hebben nieuwe deuren een vrije doorgang van minstens 85 cm, liefst 90 cm?
  • Weet je zeker dat er geen vergunning nodig is, ook niet voor een deur in een dragende muur?
  • Heb je minstens twee offertes vergeleken, met de levensloopbestendige onderdelen apart benoemd?

Veelgestelde vragen over levensloopbestendig wonen

Wat kost het om een woning levensloopbestendig te maken?

Een woning levensloopbestendig maken kost van een paar honderd euro tot meer dan € 50.000. Drempels weghalen en beugels plaatsen kost € 75 tot € 250 per onderdeel, een inloopdouche € 4.500 tot € 9.000 en een traplift voor een rechte trap € 3.500 tot € 6.500. Een slaapkamer met badkamer in een aanbouw kost circa € 45.000 tot € 72.000. Dit zijn indicaties inclusief btw, peildatum oktober 2026.

Wanneer heb je recht op een Wmo woningaanpassing?

Je hebt recht op een Wmo woningaanpassing als je door een beperking of ziekte niet meer zelfstandig kunt wonen en dat niet zelf, met hulp van je omgeving of met algemeen gebruikelijke voorzieningen kunt oplossen. De gemeente onderzoekt dat na je melding binnen 6 weken. Aanpassingen die je doet omdat je ouder wordt, zonder dat er al een beperking is, vallen er meestal buiten.

Hoe hoog is de eigen bijdrage voor een Wmo woningaanpassing?

In 2026 betaal je voor Wmo-ondersteuning een eigen bijdrage van maximaal € 21,80 per maand per huishouden, het abonnementstarief. Dat geldt ongeacht je inkomen. In totaal betaal je nooit meer dan de kostprijs van de aanpassing. Het kabinet wil de bijdrage per 1 januari 2027 inkomensafhankelijk maken, maar dat plan moet de Tweede en Eerste Kamer nog passeren.

Wat is een blijverslening en hoe vraag je die aan?

Een blijverslening is een lening van SVn om je woning aan te passen, zodat je er langer kunt blijven wonen. Je vraagt eerst bij je gemeente een toewijzing aan, want alleen deelnemende gemeenten bieden de lening aan. Daarna vraag je de lening aan bij SVn. Volgens SVn was de rente in oktober 2026 2,30% voor de persoonlijke en 1,00% tot 1,70% voor de hypothecaire variant.

Is een traplift of een slaapkamer beneden beter voor levensloopbestendig wonen?

Een traplift is goedkoper en sneller, vanaf circa € 3.500 voor een rechte trap, maar je moet nog steeds over- en uitstappen en je badkamer blijft boven. Een slaapkamer met badkamer beneden is duurder, maar maakt de trap overbodig. Heb je nu al moeite met staan en draaien, of verwacht je meer zorg nodig te hebben, dan is alles beneden de duurzamere oplossing.

Kun je een levensloopbestendige woning ook in een appartement maken?

Ja, een appartement met lift is vaak al grotendeels levensloopbestendig, omdat alles op één verdieping ligt. De aandachtspunten zijn de drempels bij balkon en badkamer en de toegang tot het gebouw. Voor aanpassingen aan de gemeenschappelijke ruimten, zoals een hellingbaan bij de entree, heb je toestemming van de VvE nodig.

Kun je de blijverslening combineren met de Wmo?

In veel gemeenten kun je de blijverslening combineren met een Wmo-voorziening. De Wmo betaalt dan de aanpassing die nodig is door je beperking, en met de blijverslening financier je wat je er zelf bij wilt, zoals een complete badkamer in plaats van alleen een aangepaste douche. Of het kan en hoe het werkt, verschilt per gemeente. Vraag het na bij het Wmo-loket.

Bronnen

Verder lezen over geld en financiering